Ruimtelijke ordening: nieuwe regeling voor meldingsplichtige handelingen en het verval van vergunningen

Het Decreet van 18 december 2015 wijzigt onder meer het Decreet betreffende de milieuvergunning, het Bosdecreet, het Jachtdecreet, het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het Mestdecreet, het Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het Energiedecreet.

In de Vlaamse Codex Ruimtelijk Ordening zijn de hiernavolgende nieuwigheden vermeldenswaardig.

Er geldt vanaf 8 januari 2016 een nieuwe procedure voor het verrichten van meldingen. Het college van burgemeester en schepenen zal thans moeten nagaan of de gemelde handelingen meldingsplichtig of verboden zijn. Verder kan in de meldingsakte voorwaarden worden opgelegd, met dien verstande dat deze de melding niet onevenredig mogen beperken of verbieden. Daarnaast mogen de handelingen slechts worden uitgevoerd de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte. Het college bezorgt de meldingsakte aan de persoon die de melding heeft gedaan binnen een (orde)termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding. Tot slot dient voortaan een mededeling van de meldingsakte te worden aangeplakt gedurende een periode van dertig dagen, aangezien de aktename kan worden bestreden met een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Voorts werd de regeling rond het verval van een vergunning aangepast.

Tijdens het uitvoeren van een archeologische opgraving (zoals omschreven in de bekrachtigde (archeologie)nota), bij een bekrachtigd stakingsbevel (zolang niet ingetrokken of opgeheven) of tijdens de uitvoering van bodemsaneringswerken (van een bodemsaneringsproject waarvoor OVAM een conformiteitsattest heeft afgeleverd) worden de vervaltermijnen voor stedenbouwkundige vergunningen van twee of drie jaar uit art. 4.6.2, §1, eerste lid VCRO geschorst. Deze schorsing van rechtswege duurt één jaar, twee jaar respectievelijk drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de opgraving of de werken of vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel. Dezelfde schorsingsgronden werden ingevoerd bij de regeling rond het verval van verkavelingsvergunningen. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat dit tot 8 januari 2016 niet het geval was, waardoor de vergunning buiten de wil van de aanvrager om kon vervallen.