Handelshuur en Covid-19

Veel ondernemingen zien (of zagen) zich genoodzaakt hun werkzaamheden stil te leggen ingevolge de maatregelen tegen Covid-19.

De handelshuurovereenkomsten zijn evenwel gedurende deze verplichte sluiting blijven lopen, waardoor huurders de huurprijs van hun handelspand moeten betalen, behoudens de wettelijke/contractuele beëindigingsmogelijkheden en behoudens andersluidende overeenkomst tussen verhuurder en huurder.

Een beroep op overmacht om aan deze verplichting te ontsnappen, lijkt immers niet mogelijk, daar een financieel onvermogen geen overmacht kan uitmaken (Cass. 28 juni 2018, TBBR 2020, 26.). Een huurder kan wel een schorsing van de betalingsverplichting vragen overeenkomstig artikel 1244 BW of via minnelijk overleg de overeenkomst trachten te wijzigen.

Aan deze zeer beperkte wettelijke mogelijkheden voor huurders om hun betalingsverplichting op te schorten, dan wel hieraan tijdelijk te ontsnappen, tracht de Vlaamse overheid tegemoet te komen door maximaal twee maanden huur voor te schieten via een lening bij de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV).

Om van deze mogelijkheid gebruik te kunnen maken moet de verhuurder zelf 1 of 2 maanden huur kwijtschelden, moet de huurder verplicht geweest zijn om zijn handelszaak te sluiten omwille van de maatregelen tegen Covid-19 en mag de huurder op 15 maart 2020 geen huurachterstallen gehad hebben.

Het zal de huurder zijn die de lening aangaat, doch de uitbetaling gebeurt aan de verhuurder. De lening is beperkt tot een maximumbedrag van 25.000,00 EUR dat geleend wordt over een periode van 2 jaar en dient terugbetaald te worden binnen maximaal 18 maanden aan een rente van 2%. De terugbetalingen moeten pas opgestart worden na 6 maanden.

De verdere modaliteiten dienen nog te worden uitgewerkt door de PMV en de banken.

Voor al uw verdere vragen hierover kan U terecht bij Schuermans advocaten.