Ecocide in het Belgisch en internationaal strafrecht

België heeft op 1 december voor het eerst een wetsvoorstel ingediend om de misdaad van ecocide in het strafwetboek in te schrijven, waarmee België slechts het tweede land in Europa zou zijn.

De confrontatie met de klimaatopwarming en het verlies aan biodiversiteit mede ten gevolge van schadelijk handelen van personen en ondernemingen en de straffeloosheid van deze handelingen is een pijnpunt dat de wetgever met dit wetsvoorstel wil aanpakken.

Ecocide wordt in het wetsvoorstel als volgt omschreven:

“Onder ecocide worden onwettige of willekeurige handelingen verstaan die worden gepleegd in de wetenschap dat er een reële kans bestaat dat het milieu ernstige, grote of blijvende schade wordt toegebracht.”

Ter concretisering zijn voorbeelden zoals plastic vervuiling, overbevissing, ontbossing en ernstige chemische verontreinigingen strafbaar wanneer aan alle materiële en morele bestanddelen is voldaan.

Aan alle materiële bestanddelen zou voldaan zijn wanneer er sprake is van “onwettige of willekeurige handelingen die worden gepleegd in de wetenschap dat er een reële kans bestaat dat zij ernstige, wijdverbreide of blijvende schade toebrengen aan het milieu.”. De handeling(en) moet(en) bijgevolg:

  • willekeurig zijn: roekeloos zijn zonder rekening te houden met eventuele schade die buitensporig zou zijn;
  • ernstig zijn: zeer nadelige effecten hebben;
  • wijdverbreid en/of langdurig zijn: van grote omvang en/of van enige tijd zijn;
  • schade aan het milieu veroorzaken: schade aan “de aarde, haar biosfeer, cryosfeer, lithosfeer, hydrosfeer en atmosfeer, en de ruimte daarbuiten” veroorzaken.

Aan het morele bestanddeel zou voldaan zijn wanneer de opzettelijke en weloverwogen wil vaststaat of dat het handelen bestaat uit het ernstig ontbreken van vooruitziendheid of voorzorgsmaatregelen. Het gaat bijgevolg om ernstige fouten.

Wanneer hieraan voldaan is, zou een natuurlijke persoon veroordeeld kunnen worden tot een gevangenisstraf van 20 tot 30 jaar en indien zij de dood van een of meer personen tot gevolg heeft gehad, tot een levenslange gevangenisstraf.

Wanneer een rechtspersoon veroordeeld zou worden, zou zij als hoofdstraf een geldboete opgelegd kunnen krijgen en bijkomend een bijzondere verbeurdverklaring, ontbinding (indien geen publiekrechtelijke rechtspersoon), verbod tot een specifieke werkzaamheid (met uitzondering van openbare dienstverlening), sluiting van een of meer inrichtingen (met uitzondering van openbare dienstverlening) en herstel.

De loutere bestraffing zou echter niet volstaan. Ter beperking van de schade, wat de uiteindelijke doelstelling is, voorziet het wetsvoorstel ook in bijkomende voorlopige maatregelen zoals de stopzetting van de exploitatie of minstens een gedeeltelijke stopzetting en het opstellen van een rehabilitatieplan. Die maatregelen bestaan naast de reeds bestaande voorlopige maatregelen.

Het is nu afwachten of het wetsvoorstel effectief doorgevoerd zal worden, al dan niet aangepast.

Al wel doorgevoerd is de resolutie aangenomen door de Kamer op 2 december 2021 die de regering de bevoegdheid geeft om enerzijds een advies te geven voor de opname van het hierboven genoemde wetsvoorstel en anderzijds om ecocide ingang te geven in het internationaal strafrecht, meer specifiek in het verdrag van Rome inzake het Internationaal Strafhof. De regering kan hiertoe andere landen ondersteunen en ook zelf initiatief nemen.

België streeft bijgevolg niet enkel naar een nationale aanpak maar ook naar een internationale aanpak, wat uiterst belangrijk is inzake milieuschade. Die schade kan zich immers voordien in een lidstaat zonder dat de oorzaak in diezelfde lidstaat gevonden kan worden.

Wat de effectieve handelingen zijn van de Belgische regering ter invoering van de misdaad ecocide in het internationaal strafrecht zal moeten blijken.

Schuermans advocaten volgt de ontwikkelingen verder op en staat voor u klaar om uw vragen hierover te beantwoorden.