Vanaf 1 februari 2022 wordt de maximale betalingstermijn bij b2b-facturen ingekort

Bij handelstransacties tussen ondernemingen (b2b) bedraagt de betalingstermijn in principe 30 dagen conform de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties (zgn. ‘Wet Betalingsachterstand’).

Eerst en vooral kan deze betalingstermijn momenteel conventioneel worden verlengd tot maximaal 60 kalenderdagen. Door contractueel de factuurdatum (en dus de startdatum van de betalingstermijn) overeen te komen, wordt de maximale betalingstermijn vaak kunstmatig gerekt.

Om die praktijk uit te sluiten, bepaalt de wetswijziging aan de Wet Betalingsachterstand van 14 augustus 2021 (met inwerkingtreding op 1 februari 2022) dat de schuldenaar de schuldeiser alle informatie moet geven die nodig is om de factuur te kunnen uitreiken, uiterlijk op het moment van de ontvangst van de diensten of goederen. Een contractuele ontvangstdatum van de factuur wordt dus verboden: de schuldeiser moet de factuur onverwijld kunnen toesturen na de levering van de diensten of goederen.

Daarnaast bepaalt de Wet Betalingsachterstand momenteel dat er kan overeengekomen worden dat voormelde betalingstermijn pas ingaat vanaf het moment dat de klant de conformiteit van de goederen of diensten heeft geverifieerd, waarbij deze verificatietermijn maximaal 30 kalenderdagen mag bedragen.  Ook zulks wordt in de praktijk momenteel vaak aangewend om de maximale betalingstermijn kunstmatig te rekken van 60 naar 90 dagen.

Teneinde ook die praktijk uit te sluiten, bepaalt de wetswijziging zodoende tevens dat een dergelijke contractuele bepaling om de betalingstermijn pas te laten ingaan vanaf de verificatie van de factuur wordt verboden. De toepasselijke betalingstermijn van de factuur gaat volgens de nieuwe bepalingen in op de factuurdatum of op het moment van de ontvangst van de diensten of goederen. Een eventuele verificatietermijn maakt derhalve deel uit van de effectieve betalingstermijn.

De ratio legis van deze wetswijziging is duidelijk: ondernemingen niet te lang laten wachten op hun centen. De wetswijziging maakt het respect voor de betalingstermijn bovendien beter afdwingbaar: bij laattijdige betaling wordt het openstaande bedrag automatisch verhoogd met verwijlinteresten én een forfaitair bedrag van 40 euro. Voorheen voorzag de Wet Betalingsachterstand enkel in een recht voor de schuldeiser om verwijlinteresten aan te rekenen.

Schuermans advocaten helpt u hierbij graag verder.