Geen (automatisch) recht op terugbetaling van geïnvesteerde gelden bij verlies door diefstal

Geïnvesteerde gelden waren gestolen nadat zij door de investeerder aan een eerste tussenpersoon waren overhandigd die deze op zijn beurt aan een tweede tussenpersoon had overhandigd. Aangezien de dader van de diefstal onbekend is gebleven, heeft de investeerder de eerste tussenpersoon aangesproken tot terugbetaling van de door hem overhandigde gelden.

Bij een lastgeving heeft de lasthebber de verbintenis om de opdracht uit te voeren en hiervan rekenschap te geven waarbij hij de gelden die hij in het kader van zijn opdracht heeft ontvangen, moet teruggeven. Hij dient daarbij als een goede huisvader de nodige inspanningen te leveren om zijn opdracht tot een goed einde te brengen maar dient niet het resultaat te garanderen. Dat heeft tot gevolg dat de lasthebber uitsluitend kan worden aangesproken voor het verlies van de gelden indien hem een foutbij de uitvoering van zijn opdracht kan worden verweten.

De investeerder hield voor dat de fout van de eerste tussenpersoon erin zou bestaan om zonder zijn medeweten de gelden te overhandigen aan een tweede tussenpersoon. De rechter was van oordeel dat dit geen fout betrof.

Plaatsvervanging bij lastgeving is principieel mogelijk (art. 1994 BW). Een hoofdlasthebber mag zich bijgevolg laten vervangen. Indien de hoofdlasthebberdaarvoor evenwel geen toelating had van de lastgever, kan de hoofdlasthebber weliswaar persoonlijk worden aangesproken voor de eventuele fouten van de vervangende lasthebber (art. 1994, eerste lid, 1° BW). Dat veronderstelt echter nog steeds dat er een fout dient te zijn begaan door de vervangende lasthebber.