Koen Van den Wyngaert is specialized in administrative law. He focuses on a thorough and practical expertise in urban and environmental law and the real estate sector. He advises project developers, architects and land surveyors in matters of permit issues or urban planning visions and defends these projects with local or higher administrative authorities. Also the field of public procurement and public–private partnership is practised by him. The review of contracts and legal assistance before or after the tender decision are also a common activity.
Each time he seeks to make an honest opinion regarding the interests at stake and combined with a healthy dose of legal combativeness, he discusses with the client the scenarios for an efficient solution to the problem at hand.
He pleads frequently in the Council of State, the Council of Permits Disputes and the Constitutional Court. The civil courts and tribunals are also regularly approached in several kinds of disputes, for instance the validity and practicality of permits and the liability of numerous construction parties and authorities.
Koen Van den Wyngaert advises and pleads in Dutch, French and English.
I master the rules, but also the exceptions."
Professionally
- Author of several publications on administrative law
- Winner Moot Court Competition Jonge Conferentie Turnhout 2015
- Laureate Vlaams Pleitjuweel 2015
- Member of the Belgian Association for Construction Law
- Member of the Flemish Association for Environmental Law
- Member of the editoral staff of Tijdschrift voor Omgevingsrecht en Omgevingsbeleid
- Member of the Municipal Commission for Urban Planning Zandhoven (deputy – expert)
- Member of the Entrepreneurs network Zandhoven
- Member of Voka (Mechelen – Kempen) Real Estate Community
Education
- Universiteit Antwerpen (Bachelor in de rechten, 2010)
- Universiteit Antwerpen (Master in de rechten, 2012)
Publicaties
Auteur van diverse publicaties in het administratief recht en aanverwante aangelegenheden, waaronder begrepen:
“Voorafgaande eigendomsbeperkingen van overheidswege: schaduwschade of onteigening” in R. Palmans e.a., De onteigeningsvergoeding: actuele discussiepunten, Antwerpen, Lea Uitgevers, 2024, 125-158;
“De magistratentoga doet zijn intrede bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen”, TOO 2024, nr. 1, 3-6;
“Ook aan onwettige vergunningverlening hangt een prijskaartje: Raad van State als vergoedingsrechter”, TOO 2023, nr. 3, 252-258;
“De vermelding van de beroepsmogelijkheden als Achilleshiel van het Omgevingsloket”, TOO 2023, nr. 1, 50-55;
“Het algemeen belang kan een particulier belang dienen bij de opmaak van een RUP: geen contradictio in terminis?”, TOO 2022, nr. 3, 220-229;
“Een bestemmingswijziging naar open en bouwvrij gebied via beleidsmatig gewenste ontwikkelingen is onmogelijk. Lesje geleerd, toch?”, TOO 2022, nr. 2, 142-147;
“De realisatie van warmtenetten: een duurzaam project van jaren, uitgelegd in een notendop”, TOO 2022, nr. 1, 17-27;
“De dichotomische rechtsmacht van RvVb en gewone rechter in onteigeningszaken: concurrerend noch exclusief”, TOO 2021, nr. 1, 89-95;
“Verlies van verrijking toegepast op het leerstuk van de onverschuldigde betaling”, TBBR 2021, nr. 4, 184-188;
“Omzendbrief over betonstop deels vernietigd door Raad van State”, de Juristenkrant 2020, nr. 413, 4 (noot onder Raad van State van 10 juni 2020, nr. 247.759);
“De Raad van State hakt erin: pseudowetgeving in het omgevingsrecht sneuvelt (opnieuw)”, TOO 2020, nr. 3, 374-379 (noot onder Raad van State van 27 mei 2020, nr. 247.659);
“Artikel 159 van de Grondwet verkleint afstandsregels voor grote pluimveebedrijven”, TOO 2020, nr. 2, 215-219 (noot onder Raad van State van 2 mei 2019, nr. 244.351);
“De vordering tot wederoverdracht is een zakelijke rechtsvordering”, TBO 2020, nr. 2, 170-176 (noot onder Hof van Beroep te Antwerpen van 4 maart 2019);
“Advocatenkosten en artikel 16 van de Grondwet: forfaitair, is dat wel fair?”, TOO nr. 1, 116-121 (noot onder Grondwettelijk Hof van 28 november 2019, nr. 192/2019);
“Het Grondwettelijk Hof als doorn in het oog voor de Codextrein. Quid met de landschappelijk waardevolle gebieden?”, TOO 2019, nr. 4, 380-384 (noot onder Grondwettelijk Hof van 17 oktober 2019, nr. 145/2019);
“Openbaar verkochte versus onteigende percelen: is de planologische neutraliteit een spelbederver?”, TOO 2019, nr. 3, 299-302 (noot onder Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen van 8 maart 2019);
“Openbaar verkochte versus onteigende percelen: is de planologische neutraliteit een spelbederver?”, TOO 2019, nr. 3, 299-302 (noot onder Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen van 8 maart 2019);
“Toegang tot de rechter bij overheidsopdrachten: over inschrijvers en het belang”, TBO 2019, nr. 4, 290-302 (noot onder Hof van Justitie 28 november 2018, nr. C-328/17);
“Lijst met schadelijke voedingsmiddelen werd licht gewijzigd aangepast”, Food, Science & Law 2019, nr. 4, 299;
“Rechter kan stem en tijd sparen: vonnis moet niet meer integraal worden voorgelezen”, de Juristenkrant 2019, nr. 389, 7;
“Actualia advocatendiensten en overheidsopdrachten”, OoO 2018, nr. 3, 453-472;
“Vrije advocaatkeuze in rechtsbijstandsverzekering: Grondwettelijk Hof wendt zich tot Hof van Justitie”, de Juristenkrant 2018, nr. 377, 1-2 (noot onder Grondwettelijk Hof van 11 oktober 2018, nr. 136/2018);
“Tweevoudige kwaliteit van levensmiddelen aangepakt via richtsnoeren”, Food, Science & Law 2018, nr. 3, 116-121;
“De vordering in vrijwaring als middel om oude koeien uit de sloot te halen?”, RW 2017-18, nr. 40, 1576-1582 (noot onder Cass. 8 mei 2017, C.16.0121.N);
“Het Vlaams Onteigeningsdecreet uitgevoerd: bespreking van het besluit van 27 oktober 2017”, T. Agr. R. 2018, nr. 1, 2-15;
“Vrije keuze advocaat bij rechtsbijstandsverzekering: verruimd en beperkt”, de Juristenkrant 2017, nr. 350, 1-2;
“Het Vlaams Onteigeningsdecreet: vernieuwing troef of oude regels in een nieuw jasje? Overzicht en analyse van de nieuwe normen van het onteigeningstraject”, T. Agr. R. 2017, nr. 2, 54-87;
“Enkele juridische bedenkingen rond de toepassing van apps in de voedselketen”, Food, Science & Law 2016, nr. 4, 145-149;
“De afzonderlijke akte ex artikel 5.2.1, § 1, vierde lid VCRO. Wie heeft recht op de afgifte van de grosse?”, NFM 2015, 272-276 (noot onder Kort Geding Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen 26 juni 2014).