Nieuws

Zoeken

Nieuws

Zoeken

Neerlegging van de jaarrekening: wat betekent 2026 voor uw kosten?

Wie in 2026 een jaarrekening moet neerleggen, houdt best rekening met een lichte kostenstijging. Vanaf 1 januari 2026 worden de tarieven voor de openbaarmaking van de jaarrekening opnieuw aangepast in het kader van de jaarlijkse indexering. Zowel de standaardkosten voor neerlegging als de bedragen die verschuldigd zijn bij een laattijdige indiening gaan daardoor omhoog.

De Nationale Bank van België heeft deze aangepaste tarieven officieel vastgelegd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 5 december 2025.

Het bedrag dat een vennootschap verschuldigd is voor de neerlegging van haar jaarrekening wordt niet forfaitair bepaald, maar varieert naargelang de gekozen vorm en de wijze van indiening. Zo maakt het een verschil of de jaarrekening wordt opgesteld volgens het volledige, verkorte of microschema en of de documenten digitaal via XBRL dan wel in pdf-formaat worden ingediend. Digitale indiening blijft ook in 2026 de meest kostenefficiënte optie. Voor een volledige jaarrekening via XBRL bedraagt het tarief vanaf 1 januari 2026 376,10 euro, terwijl een indiening in pdf aanzienlijk duurder uitvalt. Ook voor verkorte en microjaarrekeningen worden de bedragen licht geïndexeerd.

Niet alleen de eerste neerlegging valt onder deze aangepaste tarieven. Ook wanneer een jaarrekening moet worden verbeterd of wanneer bepaalde stukken afzonderlijk worden neergelegd, gelden er vanaf 2026 hogere bedragen. In dat geval wordt een bedrag van 86 euro aangerekend, of 54,70 euro wanneer het om een neerlegging volgens het microschema gaat.

Belangrijk is dat deze tarieven uitsluitend betrekking hebben op de kosten die verbonden zijn aan de verwerking en publicatie van de jaarrekening door de Nationale Bank van België. Daarbovenop komt nog een aparte bijdrage voor de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, die niet in de vermelde bedragen is inbegrepen en dus bijkomend verschuldigd blijft.

Naast de standaardtarieven verdient ook de timing van de neerlegging bijzondere aandacht. Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen verplicht vennootschappen immers om hun jaarrekening binnen de wettelijke termijn openbaar te maken, doorgaans uiterlijk zeven maanden na de afsluiting van het boekjaar. Wanneer die termijn niet wordt gerespecteerd en de neerlegging meer dan één maand te laat gebeurt, wordt een financiële bijdrage opgelegd als tussenkomst in de kosten van het overheidstoezicht op ondernemingen in moeilijkheden.

Vanaf 2026 loopt die bijdrage op naarmate de vertraging groter wordt. Wie de jaarrekening neerlegt in de negende maand na afsluiting van het boekjaar, betaalt 504 euro. Bij een neerlegging tussen de tiende en twaalfde maand stijgt dat bedrag tot 755 euro, terwijl vanaf de dertiende maand een bijdrage van 1.510 euro verschuldigd is. Deze bedragen worden sinds 2025 jaarlijks geïndexeerd.

Voor kleine vennootschappen en microvennootschappen die gebruikmaken van de mogelijkheid om hun jaarrekening volgens het verkorte of microschema openbaar te maken, gelden evenwel lagere bedragen bij laattijdige indiening. Ook die tarieven worden vanaf 1 januari 2026 aangepast en stijgen tot respectievelijk 151 euro, 227 euro en 453 euro.

De jaarlijkse indexering leidt dus niet tot spectaculaire verhogingen, maar maakt wel duidelijk dat een tijdige en correcte neerlegging essentieel blijft. Door de jaarrekening binnen de voorziene termijn en bij voorkeur digitaal in te dienen, kunnen ondernemingen onnodige kosten en administratieve lasten vermijden.

Voor vragen in dit verband kan U steeds terecht bij Mr. Jean-Luc Schuermans en Mr. Charlotte Engelen.