2024-06-28

Aan het toepassingsgebied van de Wet Precontractuele Informatie is niets veranderd. De Wet Precontractuele Informatie en de daarin vervatte verplichting tot het opmaken van een afzonderlijk precontractueel informatiedocument (het PID) en het bezorgen ervan één maand voor het sluiten van de eigenlijke commerciële samenwerkingsovereenkomst aan de mogelijke contractspartners is vereist bij:

Commerciële samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen meerdere personen, waarbij de ene persoon het recht verleent aan de andere om bij de verkoop van producten of de verstrekking van diensten een commerciële formule te gebruiken onder 1 of meerdere van de volgende vormen:

  • Een gemeenschappelijk uithangbord
  • Een gemeenschappelijke handelsnaam
  • Een overdracht van know how
  • Een commerciële of technische bijstand.

De verplichting geldt aldus zeker bij franchiseovereenkomsten en overeenkomsten van handelsagentuur. Verder kunnen distributie- en verkoopconcessies onder deze verplichtingen vallen als deze belangrijke kwalitatieve verplichtingen opleggen ten aanzien van de distributeur waarbij er werkelijk sprake is van een “commerciële formule”. Meestal kijkt men of de distributeur aan de distributiegever op een of andere manier moet betalen voor het gebruik van een gemeenschappelijk uithangbord/handelsnaam of dat er een dermate belangrijke verplichting is inzake overdracht van know how en commerciële of technische bijstand dat er sprake is van een “commerciële formule”.  

De recente wijzigingen betreffen de lijst van de “belangrijke contractuele bepalingen” welke moeten worden opgenomen in het PID en welke dus minstens één maand voorafgaand aan het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst tezamen met het ontwerp van overeenkomst aan de contractant moeten worden voorgelegd. Zo zullen in de toekomst naast de concurrentiebedingen, hun duur en hun voorwaarden ook de gevolgen van het niet behalen van deze bedingen en voorwaarden in dit PID aan bod moeten komen net als de bedingen inzake de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst en de financiële gevolgen ervan, in het bijzonder wat de lasten en investeringen betreft.

We vestigen er verder de aandacht op dat daarnaast en ook in het geval van niet toepasselijkheid van de Wet Precontractuele Informatie de bepaling van artikel 5.16 van  het nieuwe Burgerlijk Wetboek voorziet dat “partijen elkaar tijdens de precontractuele onderhandelingen de informatie verstrekken die de wet, de goede trouw en de gebruiken, in het licht van de hoedanigheid van de partijen, hun redelijke verwachtingen en het voorwerp van het contract, hen opleggen te geven.”

Het getrouw en correct informeren van mogelijke contractspartners bij het aangaan van onderhandelingen voor (commerciële) overeenkomsten is essentieel om de latere contracten en hun bedingen ook geldig en overeind te houden en niet het risico te lopen op aansprakelijkheid jegens de latere contractspartner uit hoofde van het onvoldoende juist geïnformeerd hebben van deze partner over de van toepassing zijnde contractuele bepalingen.

Een gewaarschuwd (contracts)man is er twee waard.

Schuermans advocaten kan u bijstaan zowel in uw precontractuele onderhandelingen, als bij het opmaken van het eventueel precontractueel informatiedocument en uw eigenlijke commerciële samenwerkingsovereenkomsten.

Meer nieuws

2024-07-24

Corporate Sustainability Due DiligenceDirective (CSDDD)/Richtlijn passende zorgvuldigheid: hoofdpunten

Ga verder
2024-06-13

Bijkomende bescherming voor onbeperkt aansprakelijke vennoten

Ga verder