Water, gas, elektriciteit – en internet: basisbehoeften in de digital age

In het licht van de coronapandemie heeft de Europese Unie in december 2020 het herstelplan voor Europa goedgekeurd dat als doel heeft de sociale en economische gevolgen van de pandemie op te vangen. In deze context diende België eind april 2021 haar plan voor herstel en veerkracht in bij de Europese Commissie, dat in juli 2021 groen licht kreeg van de Raad om te worden uitgevoerd. Digitale transitie neemt een belangrijke plaats in in het plan. Onder andere wordt voorzien in de uitrol van 5G en glasvezel, de digitale transformatie van justitie, van het gezondheidsstelsel en van administratieve diensten aan burgers en bedrijven, en sterke cyberweerbaarheid en cyberbeveiliging. Het plan streeft ernaar de kwaliteit van de netwerken in de zones met een slechte infrastructuur te verbeteren.

België wilt echter nog een stap verder gaan. Er werden afgelopen jaar verschillende wetsvoorstellen ingediend bij de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers betreffende de erkenning van toegang tot het internet als een basisbehoefte met desgevallend bijbehorende wijziging van artikel 23 van de Grondwet dat voor herziening vatbaar werd verklaard. Kenmerkend aan een basisbehoefte is dat er een zekere minimale levering vereist is. Dit is reeds het geval voor water, gas en elektriciteit. Zelfs bij wanbetaling van de rekeningen voor deze diensten, kunnen leveranciers hun klanten niet zomaar afsluiten. Deze regeling is gebaseerd op het artikel 23 van de Grondwet dat een recht op menswaardig leven voorziet.

Hoewel de digitalisering van de maatschappij reeds geruime tijd aan de gang is, is deze evolutie door de coronapandemie in een stroomversnelling terecht gekomen. Een groot gedeelte van het leven dat pre-corona fysiek plaatsvond, werd verplaatst naar de onlinewereld. Toegang tot het internet is zo voor de grote meerderheid een onmisbaar gegeven geworden in de huidige samenleving. Daarnaast ondersteunt, verruimt en faciliteert de toegang tot het internet de uitoefening van verschillende andere grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging, deelname in de overheid en de vrijheid van informatie.

Aldus zijn er goede redenen om internettoegang te kwalificeren als basisbehoefte en eventueel te verankeren in de Grondwet. Dit zou impliceren dat een minimumbandbreedte wordt gewaarborgd door de operatoren, maar ook dat de toegang tot essentieel geachte websites (zoals opleiding, onderwijs, e-government, jobaanbiedingen enzovoort) via nultariefprincipe veralgemeend wordt. BAPN (het Belgische Netwerk voor Armoedebestrijding) gaat nog verder door voor te stellen dat bij inbeslagname van goederen door de gerechtsdeurwaarder zou worden verboden dat gsm’s, laptops of tablets in beslag worden genomen. Deze goederen zijn namelijk noodzakelijk om toegang tot het internet mogelijk te maken. Het wetsvoorstel van 15 juli 2021 gaat zelfs nog een stap verder, door te stellen dat afsluiting van internet dergelijk zwaar strafmiddel is, dat het enkel door de rechter kan worden opgelegd.

Besprekingen omtrent de erkenning van toegang tot het internet als basisbehoefte en de eventuele verankering in de Grondwet zijn lopende.

Schuermans advocaten volgt het proces op.