Vordering tot afbraak van een woning stuit op rechtsmisbruik

In een arrest van 27 januari 2020 (C.19.0020.N.3) oordeelde het Hof van Cassatie dat een nabuur die geen schade kan aantonen of slechts zeer minieme schade door het bestaan van een woning zonder stedenbouwkundige vergunning, in bepaalde omstandigheden van zijn vordering tot afbraak kan worden afgewezen wegens rechtsmisbruik.

De afbraakvordering staat alsdan totaal buiten verhouding met het voordeel dat die nabuur zou kunnen bekomen.

Dit betreft een opmerkelijke uitspraak van het Hof van Cassatie, te meer de toepassing van de figuur van rechtsmisbruik niet alledaags is en al zeker niet op het stuk van ruimtelijke ordening en stedenbouw.

Wellicht liggen de nogal bijzondere omstandigheden van de zaak mede aan de grondslag van deze uitspraak.

In het bestreden arrest van het Hof van Beroep te Gent van 1 december 2017 werd immers geoordeeld dat er nauwelijks inkijk is van de (onvergunde) woning op die van de nabuur (of omgekeerd) en dat de aanwezigheid van die woning niet van aard is het rustig genot of de privacy van de nabuur te schenden.