Vordering in revindicatie van gestolen Porsche

TC, een Bulgaarse kredietmaatschappij, koopt een Porsche Carrera 911 van een Bulgaarse eigenaar. In deze transactie treedt een Bulgaarse leasemaatschappij S op als gevolmachtigde van de verkoper. Het voertuig wordt door TC geleased aan de leasingmaatschappij S die op haar beurt het voertuig voor een periode van 36 maanden verhuurt aan de genaamde MT. Anderhalf jaar later legt een genaamde SA in België een klacht neer wegens diefstal van het voertuig. Hij stelt dat hij het voertuig heeft geleased van S en dat het voertuig buiten zijn weten verkocht werd door ene MK aan een Bulgaarse garagehouder in België (BVBA A).

De Bulgaarse leasemaatschappij S is hiervan volstrekt onwetend.

Uit het politioneel onderzoek blijkt dat niet de Bulgaarse garagehouder (alias BVBA A) doch wel diens Belgische vennoot JS het voertuig van MK aankocht en aan MK de som betaalde van 13.000 €.

Het voertuig werd in beslag genomen en aan de benadeelde werd conform het KB nr. 260 van 24 maart 1936 de mogelijkheid geboden om haar aanspraken te laten gelden voor de bevoegde rechter.

Verzet werd aangetekend tegen de teruggave van het in beslag genomen voertuig en een verzoekschrift tot terugvordering werd aangeboden aan de beslagrechter. Het verzoekschrift werd ingewilligd en een sekwester werd aangesteld.

Op 5 september 2017 besliste de rechtbank ten gronde dat TC moest aantonen dat ze eigenaar is van het voertuig en dat het niet volstaat om aan te tonen dat JS geen eigenaar is.

De rechtbank oordeelde dat een sale- en leasebackoperatie - waarbij S voor de initiële eigenares (TC) is opgetreden als verkoper toen het voertuig in financiële leasing werd gegeven door TC aan S die op haar beurt het voertuig door leasede aan MT-, legaal is en niet ongewoon.

Na heropening van de debatten om partijen toe te laten nog andere stukken over te leggen werd op 5 december 2017 een eindvonnis gewezen. De rechtbank oordeelde dat TC wel degelijk aantoonde als eigenares een eigen recht te hebben op het voertuig Porsche Carrera 911.

Het verweer van JS, die zich beriep op de bezitsbescherming van art. 2279 B.W., werd afgewezen. Het volstond weliswaar dat JS aantoonde dat hij gewoon bezat doch de dubbelzinnigheid van zijn bezit, zoals aangetoond door de feitelijke gegevens in het dossier, tastte zijn bezitsuitoefening aan.

De rechtbank besloot dat op grond van alle feitelijke elementen ernstige twijfel bestond dat JS als eigenaar optrad. Gelet op de gebreken die aan het bezit kleefden, kon JS de bescherming van art. 2279 B.W. niet genieten en werd de vordering in revindicatie van TC toegewezen.

Inmiddels is het voertuig terug naar Bulgarije overgebracht na meer dan 1 jaar op onze wegen te hebben gecirculeerd.

Gelukkig behoudt een Porsche Carrera 911 zijn waarde!

[Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afd. Turnhout 5 september 2017 en 5 december 2017, AR 17/449/A]