Verhuurder moet instaan voor gebreken die tijdens de huur ontstaan aan het gehuurde goed door werken in zijn opdracht

Art. 1721 BW bepaalt dat de verhuurder de huurder vrijwaring verschuldigd is voor alle gebreken van het verhuurde goed, die het gebruik daarvan verhinderen, ook al mocht de verhuurder die bij het aangaan van de huur niet hebben gekend, en dat, indien door die gebreken enig verlies voor de huurder ontstaat, de verhuurder verplicht is om hem daarvoor schadeloos te stellen.

In een zaak hangende voor het Hof van beroep te Antwerpen hadden de appelrechters geoordeeld dat een schadegeval, veroorzaakt door herstellingswerken die in opdracht van de verhuurder gebrekkig werden uitgevoerd door een derde, een contractuele aansprakelijkheid inhoudt in hoofde van de verhuurder.

Het arrest is in lijn met de eerdere rechtspraak van het Hof van Cassatie waarin het stelde dat de vrijwaring veronderstelt dat de verhuurder tekort is gekomen aan zijn contractuele verplichting en dat de schade niet is ontstaan ingevolge toeval (Cass. 1 februari 1974, Arr. Cass.,  599).

De verhuurder is evenwel ontslagen van de in art. 1721 BW omschreven vrijwaring indien het gebrek van de verhuurde zaak zichtbaar was bij het totstandkomen van de huurovereenkomst en de huurder zich ervan rekenschap had kunnen en moeten geven (Cass. 4 februari 1960, Arr. Cass., 507).

Indien U hierover verdere vragen zou hebben, helpt Schuermans advocaten U graag verder.