Verhoogde financiële kost voor burgerlijke partij in strafprocedure?

Volgens het Grondwettelijk Hof is het verschil in behandeling ex art. 162bis van het Wetboek van Strafvordering, die ten gunste van de vrijgesproken beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke enerzijds een rechtsplegingsvergoeding ten laste legt van de burgerlijke partij die een vordering instelt door middel van een rechtstreekse dagvaarding, zonder ze anderzijds ten laste te leggen van de burgerlijke partij die, zonder daarin te worden voorafgegaan of gevolgd door het openbaar ministerie, hoger beroep instelt tegen een vonnis dat is gewezen op een strafvordering ingesteld door het openbaar ministerie ten gunste van de vrijgesproken beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke, niet redelijk verantwoord.

Hierdoor zal de rechter in laatstgenoemde situatie de burgerlijke partij kunnen veroordelen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding. Deze bijkomende financiële last dient in rekening te worden genomen bij het nemen van de beslissing tot het al dan niet instellen van hoger beroep.