Uitsluiting wegens zware of grove fout beperkt

In zijn arrest van 9 december 2015 (2013/AR/2539) heeft het Hof van Beroep te Antwerpen bevestigd dat indien een ongevallenverzekeraar zich wil vrijstellen van zijn dekkingsverplichting wegens een grove fout van zijn verzekerde, de verzekeraar zich niet mag beperken tot een algemene formulering in de polis van de uitsluiting als “grove fout” of “kennelijk roekeloze handeling” maar bij toepassing van art. 62§2 Wet Verzekeringen de kennelijke roekeloze handeling nader moet preciseren en afbakenen, zodat de verzekerde en desgevallend ook zijn begunstigde, kan weten in welke gevallen hij gedekt is en in welke gevallen niet.

In casu beriep de ongevallenverzekeraar zich naar aanleiding van een dodelijk ski-ongeval t.a.v. de begunstigde van de polis op “het kennelijk roekeloze gedrag” van wijlen de verzekerde om uitkering onder de polis te weigeren. De verzekeraar steunde zich hiervoor o.m. op het feit dat het ongeval plaatsvond tijdens het buiten piste skiën en beriep zich op roekeloos gedrag van de verzekerde.

Het Hof van Beroep te Antwerpen bevestigde dat de door de Wet vereiste precisering en afbakening ontbrak in de door de verzekeraar ingeroepen polisvoorwaarden.

De grove fout van de verzekerde is cf. art. 62§2 Wet Verzekeringen, in tegenstelling tot opzet, principieel gedekt.

De verzekeraar kan zich enkel bevrijden voor de gevallen van zware of grove fout die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de polis zijn bepaald. De contractuele bewoording “kennelijk roekeloze handeling” is slechts een algemene heromschrijving van het begrip “grove fout”.

Indien de verzekeraar van oordeel is dat een bepaalde handeling of risico een roekeloze daad is, of zij een bepaalde risicovolle sport wil uitsluiten van dekking, dan behoort het aan de verzekeraar dit uitdrukkelijk in de polisvoorwaarden te bedingen.