Sectorale vergunningsplicht: let op de laadpalen voor elektrische voertuigen in de vergunningsaanvraag

Al sinds 11 maart 2021 gelden in Vlaanderen nieuwe regels omtrent laadpalen voor elektrische voertuigen. Eén en ander in uitvoering van een Europese Richtlijn van 2018, omgezet in het Energiedecreet via decreetswijziging van 30 oktober 2020.

Het Energiebesluit voorziet in de artikelen 9/1.1.1 e.v. in een specifieke vergunningsplicht, naargelang het gaat over voor bewoning bestemde gebouwen met een parkeerterrein, dan wel niet voor bewoning bestemde gebouwen of parkeergebouwen.

Daarnaast zijn de nieuwe regels ook verschillend voor een nieuw gebouw dan wel een bestaand dat een ingrijpende renovatie ondergaat. Het Energiebesluit verstaat onder dat laatste: “de renovatie van een gebouw of parkeergebouw, waarbij meer dan 25% van de oppervlakte van de bouwschil een renovatie ondergaat”.

De regels gelden zowel als het parkeerterrein zich bevindt in het gebouw zelf als ernaast, met dien verstande dat de renovatiemaatregel dan wel ook betrekking moet hebben op het parkeerterrein of de elektrische infrastructuur ervan.

Samengevat, zal er pas een vergunningsplicht zijn als het parkeerterrein bij de niet voor bewoning bestemde (parkeer)gebouwen meer dan 10 parkeerplaatsen heeft. In dat geval moeten er minstens 2 oplaadpunten komen én infrastructuur voor leidingen of minstens goten voor elektrische kabels voor elke 4de parkeerplaats zodat de effectieve installatie van de oplaadpunten later kan gebeuren.

Als het parkeerterrein bij de nieuwe voor bewoning bestemde gebouwen minstens 2 parkeerplaatsen heeft, volstaat voorlopig de plaatsing van de benodigde infrastructuur of de kabelgoten, weliswaar voor elke parkeerplaats. Bij de bestaande die een ingrijpende renovatie ondergaan ontstaat eenzelfde vergunningsplicht vanaf 10 parkeerplaatsen.

Vanaf 1 januari 2025 moeten alle niet voor bewoning bestemde gebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen worden uitgerust met minstens 2 oplaadpunten.

Het Departement Omgeving adviseert de vergunningverlenende overheden om voormelde regels niet als vergunningsvoorwaarde op te leggen. Enerzijds omdat er anders op basis van sectorale wetgeving een afzonderlijk bouwmisdrijf wordt gecreëerd ingeval van niet-naleving. Anderzijds omdat deze regels toch sowieso gelden, zelfs als de aanvraag daarin niet zelf voorziet.

Belangrijk aandachtspunt is tot slot dat de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het bestaande (parkeer)gebouw verantwoordelijk is om te voldoen aan deze regels. Ingeval van nieuwbouw is dat de vergunninghouder.

Voor meer informatie kan u steeds Schuermans advocaten contacteren.