Overdracht van onderneming – cao nr. 32bis

Bij arrest van 11 februari 2019 (2018/AA/182-184-190) heeft het Hof van Beroep te Antwerpen in essentie het vonnis a quo van de Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout van 19 februari 2018 bevestigd (zie hierover ons nieuwsbericht van 20 juni 2018).

Het Hof bevestigt met name de stelling dat “wanneer alle activiteiten van de overdrager worden overgenomen en voortgezet door weliswaar twee overnemers op een andere plaats, doch waarbij het overgenomen cliënteel verder (wordt bediend) en gebruik (blijft worden gemaakt) van hetzelfde personeel en dezelfde voorraden (…) cao nr. 32bis van toepassing is met de daaruit voortvloeiende overdracht van arbeidsovereenkomsten van rechtswege”.

Anders dan de Arbeidsrechtbank, oordeelde het Hof echter wel dat volgens haar slechts een van de twee overnemers zich als verkrijger had gemanifesteerd in de zin van Artikel 2, 4° van cao nr. 32bis.

Gezien krachtens Artikel 7 cao nr. 32bis alle op het tijdstip van overgang van onderneming bestaande arbeidsverhoudingen van rechtswege overgaan op de overnemer, was de kwestieuze verkrijger aldus verplicht tot overname van al het personeel van de overdrager en was het derhalve niet geoorloofd om een bepaalde werknemer buiten beschouwing te laten.

De verkrijger werd zodoende veroordeeld tot betaling van de alsdan aan de onterecht niet mee overgenomen werknemer verschuldigde verbrekingsvergoeding, alsook diens eindejaarspremie en vakantiegeld bij uitdiensttreding onder afgifte van de desbetreffende sociale en fiscale documenten.