Nieuwe spelregels voor de Vlaamse Bestuursrechtscolleges

Op 24 januari 2017 werd het Decreet houdende wijziging van diverse decreten, wat de optimalisatie van de organisatie en de rechtspleging van de Vlaamse Bestuursrechtscolleges betreft, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Bedoeling van dit Decreet is de bestaande regels te optimaliseren met het oog op een meer oplossingsgerichte rechtsbedeling en het verder stroomlijnen van de regelgeving gelet op de komende omgevingsvergunning.

Het Decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering nog te bepalen datum en uiterlijk drie maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Van de diverse vernieuwingen worden er hierna zes toegelicht:

1.  De Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt de mogelijkheid geboden om een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen aan de verzoekende of de verwerende partij. Het is aan de Vlaamse Regering om de basisbedragen en de minimum- en maximumbedragen vast te stellen.

2. De mogelijkheid wordt geboden om in een arrest meerdere middelen tegelijk te beantwoorden zodat de vernietiging niet noodzakelijkerwijze slechts op één middel moet worden uitgesproken. Dit zou het bestuur moeten toelaten om op een meer efficiënte wijze een nieuwe beslissing te nemen, alle overwegingen van de Raad indachtig.

3. Verder wordt expliciet bepaald dat een onwettigheid slechts aanleiding zal geven tot een vernietiging indien de partij die ze aanvoert, wordt benadeeld door de ingeroepen onwettigheid. Dit is de wettelijke verankering van de jurisprudentiële creatie van de zogeheten belangenschade.

4. Daarnaast wordt de in een arrest bevolen beslissingstermijn waarbinnen het bestuur een nieuwe beslissing moet nemen (injunctietermijn), beschouwd als een ordetermijn en niet als een vervaltermijn. Hiermee wordt een einde gesteld aan andersluidende rechtspraak van de Raad van State. Gezegde termijnen worden geschorst zolang een cassatieberoep bij de Raad van State aanhangig zou zijn.

5. Wanneer de na vernietiging door het bestuur te nemen beslissing het gevolg zou zijn van een zuiver gebonden bevoegdheid van het bestuur, kan de Raad voor Vergunningsbetwistingen zijn arrest in de plaats stellen van die beslissing.

6. Tot slot zal de dwangsom voortaan niet alleen direct in het vernietigingsarrest kunnen worden opgelegd, doch ook aan de tussenkomende partij, zoals bijvoorbeeld de houder van de vergunning, die is tussen gekomen in de procedure en die uitvoering geeft aan de onwettige vergunning of dreigt dit te doen.

De toekomst zal uitwijzen of dit wijzigingsdecreet het verhoopte oplossingsgerichte effect zal hebben.  

Inzonderheid zal het, gelet op de komende omgevingsvergunning, de vraag zijn of door deze wijzigingen de toestroom van het contentieux bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen beheersbaar zal zijn.