Hoofddeksel niet langer verboden in rechtszaal

Tot voor kort bepaalde artikel 759 Ger.W. dat een zitting “met ongedekten hoofde” moest worden bijgewoond.

Op grond van dit artikel werd in 2007 door een Brusselse rechter aan een moslima met een hoofddoek de toegang tot de rechtszaal ontzegd. Zij stapte naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat oordeelde in 2018 dat het verbod op het dragen van een hoofddeksel in de rechtszaal strijdig is met artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waarin de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst opgenomen is. De vrijheid om zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uiting te brengen, kan volgens dit artikel aan geen andere beperking worden onderworpen dan die die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Bij de wet van 28 november 2021 (Wet om justitie menselijker, sneller en straffer te maken) werd artikel 759 Ger.W. aangepast aan het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Sinds 10 december 2021 is het dus niet langer verboden om een hoofddeksel te dragen in een rechtszaal.