2023-03-30

Het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 voorzien in de mogelijkheid om cultuurgoederen in betaling te geven ter voldoening van de erfbelasting. In de praktijk wordt van deze mogelijkheid weinig tot geen gebruik gemaakt, reden waarom het Vlaams gewest de regelgeving heeft uitgebreid. Deze regelgeving biedt immers een ultiem instrument om cultuurgoederen die waardevol erfgoed uitmaken voor Vlaanderen te kunnen behouden.

De doorgevoerde wijzigingen worden hieronder kort uiteengezet.

Ten eerste worden de belastingen waarvoor cultuurgoederen kunnen worden aangewend uitgebreid. Voorheen konden enkel de verschuldigde erfbelastingen worden vereffend met cultuurgoederen. Voortaan wordt dit uitgebreid tot de verschuldigde erfbelastingen en hun toebehoren (o.m. nalatigheidsintresten, administratieve geldboetes, gerechtskosten,…).

Ten tweede wordt de definitie van de cultuurgoederen die in betaling kunnen worden gegeven uitgebreid. Het toepassingsgebied werd beperkt tot kunstwerken, hetgeen zeer eng werd geïnterpreteerd. Andere cultuurgoederen zoals archeologische vondsten, juwelen, manuscripten, etc. zouden ook in aanmerkingen moeten komen. De nieuwe regelgeving  zal het toepassingsbied dan ook uitbreiden van kunstwerken naar cultuurgoederen, wat een duidelijke begripsverruiming betreft.

Tegelijk beperkt de nieuwe regelgeving het toepassingsgebied tot de cultuurgoederen die een duidelijke verrijking betekenen voor het geheel van de publieke collecties in Vlaanderen. Hiermee worden bedoeld de cultuurgoederen die voldoen aan de inhoudelijke criteria ‘zeldzaam’ en ‘onmisbaar’ van het Topstukkendecreet (bv. een uniek kunstwerk van Peter Paul Rubens) of die sleutelwerken zijn voor collectiebeherende cultureelerfgoedorganisaties met een kwaliteitslabel bij het landelijk niveau, of voor universiteitsarchieven en universiteitsbibliotheken (bv. een ontbrekend stuk uit een collectie in een museum).

Ten derde wordt de waarde die in aanmerking wordt genomen, verhoogd naar 120 procent van de marktwaarde op het moment van het overlijden van de erflater. De wetgever tracht alzo de stimulans om een meerwaarde te creëren op de private markt te verkleinen.

Ten vierde tracht de Vlaamse regering voornoemde stimulans om een meerwaarde te creëren op de markt nog te verkleinen door bijkomend te voorzien in de mogelijkheid tot terugbetaling van het overblijvend saldo indien de te betalen erfbelasting minder bedraagt dan 120 procent van de marktwaarde van het cultuurgoed dat voldoet aan het zeldzaam en onmisbaar karakter van het Topstukkendecreet. Voor het cultuurgoed dat als sleutelwerk wordt beschouwd is er een andere regeling voorzien. In dit geval zal, na akkoord van de aanvrager, het overblijvend saldo kunnen worden betaald door de erfgoedinstelling voor wie dit als sleutelwerk wordt beschouwd. De erfgoedinstelling zal alzo mede-eigenaar worden van het cultuurgoed.

Ten vijfde wordt de mogelijkheid voorzien voor een toekomstige erflater om bij leven een zekerheid te krijgen van de Vlaamse Regering dat de cultuurgoederen zullen worden aanvaard als vereffening van de erfbelasting. Deze zekerheid kan aan de toekomstige erflater gegeven worden door een beslissing van het Vlaams gewest na advies van de Topstukkenraad. Deze beslissing is geen bindende overeenkomst en ontneemt geenszins de beschikkingsbevoegdheid van de toekomstige erflater of van zijn legatarissen en begiftigden.

Tot slot wordt de procedure tot inbetalinggeving van cultuurgoederen vereenvoudigd doordat de adviseringsbevoegdheid van de bijzondere commissie voorzien in art. 3.4.3.0.2, §2 Vlaamse Codex Fiscaliteit volledig wordt overgedragen aan de Topstukkenraad. De voorziene tussenstap wordt geschrapt. De Topstukkenraad zal bindend advies moeten geven over de vraag of het cultuurgoed onder het toepassingsgebied valt om tot inbetalinggeving te kunnen overgaan. Indien hieraan voldaan, zal de Topstukkenraad tevens een bindend advies moeten geven over de waarde van het cultuurgoed en een niet-bindend advies moeten geven over “de museale bestemming van de cultuurgoederen”. Bij de uitoefening van zijn bevoegdheid zal de Topstukkenraad het nodige overleg plegen met de toekomstige erflater, dan wel zijn erfgenamen, begiftigden of legatarissen in functie van haar advisering.

Voornoemde wijzigingen werden aangenomen op 8 maart 2023 en zullen in werking treden op uiterlijk 1 juli 2023.

Schuermans advocaten is beschikbaar voor al uw vragen.

Meer nieuws

2024-07-24

Corporate Sustainability Due DiligenceDirective (CSDDD)/Richtlijn passende zorgvuldigheid: hoofdpunten

Ga verder
2024-06-28

What’s new inzake precontractuele informatieplichten?

Ga verder