De wettige verdenking van de plaatsvervangend rechter na vonnis

Bij de lezing van het vonnis van de (toen nog) Nederlandstalige Rechtbank van Koophandel Brussel dat haar had veroordeeld tot betaling van de erelonen van haar voormalige raadsman, nam appellante kennis van de identiteit van de plaatsvervangend rechter.  Deze vereenzelvigde zich met de raadsman die appellante had ontmoet met het oog op een eventuele opvolging. Alsdan had hij enkel opvolging aangeboden en te kennen gegeven niet te zullen kunnen optreden in het ereloondispuut met zijn voorganger. Uiteindelijk zou appellante op een andere opvolger een beroep doen.

Vier jaar later bleek zelfde raadsman dit ereloondispuut wel als plaatsvervangend rechter te  hebben beslecht.

In zijn arrest van 12 oktober 2020 (2017/AR/1151) weerhield het Hof van Beroep Brussel terecht wettige verdenking in hoofde van de plaatsvervangend rechter om het annulatieberoep gegrond te verklaren.  Waar de vernietiging van het vonnis geen afbreuk deed aan de devolutieve werking van het hoger beroep, werd ook de veroordeling van appellante tot betaling van de erelonen van haar voormalige raadsman ongedaan gemaakt.

Aarzel niet Schuermans advocaten te contacteren, mocht U bijkomende informatie wensen.