De nieuwe Indicatieve Tabel 2016

De structuur van de IT is grotendeels ongewijzigd gebleven: een hoofdstuk schade aan personen, een hoofdstuk schade aan zaken en een expertiseopdracht als bijlage.

Een eerste wijziging is de verhoging van een aantal forfaitaire dagvergoedingen. De dagvergoeding voor tijdelijke persoonlijke ongeschiktheid wordt opgetrokken van 25,00 EUR naar 28,00 EUR zonder hospitalisatie en van 31,00 EUR naar 34,00 EUR met hospitalisatie. Uitzonderlijke pijnen kunnen vanaf nu bijkomend vergoed worden door middel van een verhoogd dagbedrag vanaf 1/7, terwijl conform de vorige IT enkel pijnen vanaf 4/7 in aanmerking kwamen voor bijkomende vergoeding.

De dagvergoeding voor tijdelijke huishoudelijke ongeschiktheid bedraagt nog steeds 20,00 EUR, maar de verhoging per kind ten laste wordt opgetrokken van 5,00 EUR naar 7,00 EUR. De verhoogde inspanningen worden eveneens verhoogd van 20,00 EUR naar 25,00 EUR per dag.

Ook de schade ontstaan tijdens de studie wordt lichtjes aangepast: er wordt een post verhoogde inspanningen toegevoegd die er voorheen niet was en de financiële kost van een verloren schooljaar wordt hoger geraamd in vergelijking met de vorige IT.

Een tweede belangrijke wijziging heeft betrekking op de blijvende schade aan personen. Eerste opvallend element is dat kapitalisatie mogelijk wordt vanaf een blijvende ongeschiktheid van 1%. De vorige IT stelde dat kapitalisatie aangewezen was voor ongeschiktheden vanaf 15%. Deze nuance wordt op heden niet meer gemaakt.

Ook voor de forfaitaire vergoeding van blijvende ongeschiktheid wordt een wijziging doorgevoerd. Vooreerst wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen blijvende ongeschiktheden lager of hoger dan 6%: de basisbedragen blijven hetzelfde ongeacht het percentage van ongeschiktheid. Dit onderscheid bestaat niet meer omdat deskundigen in de praktijk vaak onder druk werden gezet om net boven de grens van 6% te consolideren, zodat men kon genieten van het hogere basisbedrag.

Daarnaast moet het basisbedrag niet langer gedeeld worden door drie (voor de onderdelen persoonlijke, economische en huishoudelijke ongeschiktheid), maar moet het basisbedrag in aanmerking genomen worden voor ieder onderdeel op zich.

Voor de blijvende ongeschiktheid kan bovendien opgemerkt worden dat de bedragen voor esthetische schade lichtjes worden aangepast en dat de forfaitaire morele schadevergoeding voor nabestaanden bij overlijden wordt verhoogd.

Tenslotte worden er enkele kleine wijzigingen doorgevoerd voor het onderdeel schade aan zaken. De bedragen voor de vergoeding wegens gebruiksderving bij voertuigschade worden lichtjes verhoogd en er worden een aantal types van voertuigen toegevoegd (bijvoorbeeld de quad). Het forfait van de kledijschade van 375,00 EUR blijft behouden, maar vanaf nu komen voorwerpen zoals juwelen, een horloge, een bril, … expliciet in aanmerking voor afzonderlijke vergoeding, mits voorlegging van stukken.