Belang grievenformulier bij het instellen van hoger beroep in strafzaken

Artikel 204 Sv. bepaalt dat de eiser in beroep voortaan op straffe van verval in een verzoekschrift nauwkeurig moet aangeven welke grieven hij wil inbrengen tegen de uitspraak in eerste aanleg. Dit formulier dient binnen de beroepstermijn neergelegd te worden bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg of van de appelrechter.

Het KB van 18/02/2016 voorziet in een modelformulier dat gebaseerd is op het grievenformulier zoals dit reeds gekend was en (facultatief) gebruikt werd in het ressort Antwerpen.

De verplichting geldt ook voor het O.M. en voor de partij in persoon die beroep wenst in te stellen.

Het verzoekschrift wordt ondertekend door de eiser in beroep of zijn advocaat of door een ander bijzonder gevolmachtigde. In het laatste geval wordt de volmacht bij het verzoekschrift gevoegd.

Het is van groot belang het grievenformulier nauwkeurig in te vullen, aangezien het hoger beroep in principe beperkt is tot de grieven die werden geformuleerd (art. 210, eerste lid Sv.), ook al werd algemeen hoger beroep op strafgebied en/of burgerlijk gebied aangetekend. Bijgevolg heeft de advocaat een belangrijke taak bij het invullen van het grievenformulier. Indien bijvoorbeeld enkel de strafmaat als grief wordt aangeduid, heeft de appelrechter in principe geen rechtsmacht over de schuldigverklaring.

Uitzondering zijn de middelen die ambtshalve onderzocht moeten worden (art. 210, eerste lid Sv.), zoals een overtreding van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, de bevoegdheid, de verjaring, de kwalificatie van de feiten, de niet te herstellen nietigheden die het onderzoek naar de feiten aantasten, …