Administratieve overheden voortaan ook onderworpen aan de financiële risico’s van een proces voor de burgerlijke rechter

Het Grondwettelijk Hof wijkt in een arrest van 3 maart 2016 (nr. 34/2016) af van eerdere rechtspraak waarin steevast werd geoordeeld dat de uitoefening van een opdracht van algemeen belang zich verzet tegen de situatie dat een overheid rekening zou moeten houden met de financiële risico’s van een proces hetgeen haar onafhankelijkheid in het gedrang zou brengen.

Volgens het Grondwettelijk Hof is de situatie op heden veranderd met de recente invoering van art. 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, waarin het beginsel van de verhaalbaarheid bij de Raad van State werd ingevoerd en waarbij een overheid voortaan kan worden veroordeeld tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding.

Dit verschil in behandeling voor de particulier die zich bevindt in een geschil met een overheid, naargelang het geschil wordt gebracht voor de Raad van State dan wel voor de burgerlijke rechter, en vervolgens in het gelijk wordt gesteld, is volgens het Grondwettelijk Hof niet verantwoord.