Helaas komt het courant voor dat personen alsnog hun voertuig besturen op een ogenblik dat zij door een veroordeling vervallen zijn van het recht tot sturen.
De wet van 3 maart 2026 (‘tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, wat de verbeurdverklaring van het voertuig bij rijden spijts verval betreft’) scherpt de sanctieregeling voor het negeren van een dergelijk verval aanzienlijk aan.
In het bijzonder zal de verbeurdverklaring van het voertuig waarmee werd gereden vanaf 1 november 2026 niet langer een louter facultatieve maatregel zijn, maar zal deze verbeurdverklaring voortaan het uitgangspunt vormen. Bij een dergelijke verbeurdverklaring zal de veroordeelde definitief het eigendomsrecht over het voertuig verliezen.
Naar huidig recht kan de Politierechter, wanneer een persoon een voertuig bestuurt ondanks een verval van het recht tot sturen, de verbeurdverklaring van dat voertuig uitspreken. De rechter is daartoe echter geenszins verplicht.
De wet van 3 maart 2026 legt de Politierechter echter op om in beginsel het betrokken voertuig steeds verbeurdverklaren wanneer dat voertuig eigendom is van de veroordeelde bestuurder.
De verplichting tot verbeurdverklaring is evenwel ook na 1 november 2026 niet absoluut.
De wet koppelt de verplichte verbeurdverklaring vooreerst uitdrukkelijk aan de voorwaarde dat het voertuig eigendom is van de veroordeelde. Indien de bestuurder geen eigenaar is van het voertuig, is de politierechter op grond van deze bepaling niet verplicht de verbeurdverklaring ervan uit te spreken.
Ook wanneer het voertuig wél eigendom is van de veroordeelde, is de verbeurdverklaring niet in alle omstandigheden onvermijdelijk. Hoewel de wetgever de verbeurdverklaring als uitgangspunt naar voren schuift, behoudt de politierechter enige beoordelingsruimte. De rechter kan nog steeds beslissen om de verbeurdverklaring niet uit te spreken, maar zal dan wel uitdrukkelijk moeten motiveren waarom hij van de wettelijke regel afwijkt.
Die mogelijkheid moet voorkomen dat de sanctie in bijzondere omstandigheden onevenredig zwaar uitvalt. In de parlementaire voorbereiding worden onder meer medische omstandigheden of een medisch noodgeval genoemd als situaties die een afwijking kunnen rechtvaardigen.
De hervorming maakt de verbeurdverklaring aldus aanzienlijk minder vrijblijvend.
Met deze wetswijziging geeft de wetgever een duidelijk signaal. Wie een opgelegd verval van het recht tot sturen niet naleeft, riskeert vanaf 1 november 2026 steeds de verbeurdverklaring van zijn voertuig.
Voor verdere vragen hierover kunt u steeds terecht bij Mr. Kathleen Crommen of Mr. Charlotte Engelen.